Peinzende gedichten

Peinzende gedichten — een verzameling van de beste werken op Poemship.

PeinzendMartinus Nijhoff

De wolken

Ik droeg nog kleine kleeren, en ik lag Lang-uit met moeder in de warme hei, De wolken schoven boven ons voorbij En moeder vroeg wat 'k in de wolken zag. En ik riep: Scandinavië, en: eenden, Daar gaat een dame, schapen met een herder - De wond'ren werden woord en dreven verder, Maar 'k zag dat moeder met een glimlach weende. Toen kwam de tijd dat 'k niet naar boven keek, Ofschoon de hemel vol van wolken hing, Ik greep niet naar de vlucht van 't vreemde ding Dat met zijn schaduw langs mijn leven streek. Nu ligt mijn jongen naast mij in de heide En wijst me wat hij in de wolken ziet, Nu schrei ik zelf, en zie in het verschiet De verre wolken waarom moeder schreide -
PeinzendJ. Slauerhoff

Woninglooze

Alleen in mijn gedichten kan ik wonen, Nooit vond ik ergens anders onderdak; Voor de' eigen haard gevoelde ik nooit een zwak, Een tent werd door den stormwind meegenomen. Alleen in mijn gedichten kan ik wonen. Zoolang ik weet dat ik in wildernis, In steppen, stad en woud dat onderkomen Kan vinden, deert mij geen bekommernis. Het zal lang duren, maar de tijd zal komen Dat voor den nacht mij de oude kracht ontbreekt En tevergeefs om zachte woorden smeekt, Waarmee 'k weleer kon bouwen, en de aarde Mij bergen moet en ik mij neerbuig naar de Plek waar mijn graf in 't donker openbreekt.
PeinzendJ. Slauerhoff

Het einde

Vroeger toen ’k woonde diep in ’t land, Vrat mij onstilbaar wee; Zooals een gier de lever, want Ik wist: geen streek geeft mij bestand, En ’k zocht het ver op zee. Maar nu ik ver gevaren heb En lag op den oceaan alleen, Waar zelfs Da Cunha en Sint-Heleen Niet boren door de kimmen heen, Voel ik het trekken als een eb Naar ’t verre, vaste, bruine land... Nu weet ik: nergens vind ik vree, Op aarde niet en niet op zee, Pas aan die laatste smalle ree Van hout in zand.
PeinzendJ. Slauerhoff

De ontdekker

Den rustigen die mij tartten te vertrekken Heb ik om 't schip te krijgen woest beloofd Rijkdommen fabelachtig te ontdekken, Waarvoor ik ingestaan heb met mijn hoofd, En eindlijk in triomftocht aangebracht. Tot zinkens toe geladen lag mijn vloot. Wel waren bijna al mijn mannen dood, Maar alle havensteden bont bevlagd. Toen moest ik knielen voor den gouden troon. De koning boog en wilde mij een keten Omhangen - die ik hem met wilden hoon Ontrukt heb en een hoovling toegesmeten. Nog heeft een vrouw mij innig vroom omhelsd, En in haar grijze oogen zag 'k mijn vrede. Ik neeg - maar in mij brandde toch het felst 't Vuur dat mij voortdrijft buiten rust en reede.
PeinzendHendrik Marsman

Herinnering aan Holland

Denkend aan Holland zie ik breede rivieren traag door oneindig laagland gaan, rijen ondenkbaar ijle populieren als hooge pluimen aan den einder staan; en in de geweldige ruimte verzonken de boerderijen verspreid door het land, boomgroepen, dorpen, geknotte torens, kerken en olmen in een grootsch verband.
PeinzendGuido Gezelle

Moederken

‘t En is van u hiernederwaard, geschilderd of geschreven, mij, moederken, geen beeltenis, geen beeld van u gebleven. Geen teekening, geen lichtdrukmaal, geen beitelwerk van steene, ‘t en zij dat beeld in mij, dat gij gelaten hebt, alleene.
Peinzende gedichten | Poemship