Zoeken

Zoekresultaten

Verdrietig, J.H. Leopold, in het Nederlands Filters wissen

VerdrietigJ.H. Leopold

Om mijn oud woonhuis peppels staan

OM mijn oud woonhuis peppels staan ‘mijn lief, mijn lief, o waar gebleven’ een smalle laan van natte blaren, het vallen komt. Het regent, regent eender te hooren ‘mijn lief, mijn lief, o waar gebleven’ en altijd door en den treuren uit, de wind verstomt. Het huis is hol en vol duisternis ‘mijn lief, mijn lief, o waar gebleven’ gefluister is boven op zolder, het dakgebint. Er woont er een voorovergebogen ‘mijn lief, mijn lief, o waar gebleven’ met leege oogen en die zijn vrede en rust niet vindt.
VerdrietigJ.H. Leopold

In de bleeke wangen als violen

IN de bleeke wangen als violen de sombere oogen dof gezet, de rijpe mond met de bloedende lippen opeen genepen en dun geplet. En het leven, als woei het en is verdwenen, wegkrimpende als een vogelenvlucht, zich zelf een sluier, een wa geworden is dit onbewogene aangezicht. Een leegte, een schemer, en zich niet keeren, een treden de jaren ongeteld met door alles heen het voortdurend weten: gekrenkt, gekrenkt, en achtergesteld. En schokkende het groote zwichten en armen die in vertwijfeling slaan, een wringen omhoog, een biddend reiken, een klemmen en jammerend laten gaan.