Bibliotheekregels voor auteurs

Een redacteur leest elk ingediend gedicht. Het wordt alleen in de bibliotheek opgenomen als aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan.

1. Auteurschap

  • Je hebt het gedicht zelf geschreven.
  • Er is geen AI gebruikt, noch voor de hele tekst noch voor een deel ervan.
  • Het is geen gedicht of liedtekst van iemand anders, zelfs niet met bronvermelding.

2. De tekst

  • Het gedicht is compleet. Een fragment uit een langer gedicht wordt niet geaccepteerd.
  • Het is een gedicht en geen ander soort tekst: geen essay, geen verhaal in alinea's, geen advertentie, geen liedtekst, geen manifest of oproep tot actie, geen lijst met aantekeningen of onsamenhangende tekst. Een prozagedicht telt wel als gedicht.
  • De tekst bevat uitsluitend het gedicht: geen groeten of aftekeningen, links, hashtags, oproepen om te stemmen of te volgen, of versieringen.
  • Het motto en de auteur ervan, de opdracht, de toelichting en de ontstaansdatum horen in hun eigen velden op het formulier, niet in de tekst van het gedicht.
  • Geen emoji's of tekstafkortingen (wrm, mss, idk) in de tekst.
  • Een tekening gemaakt van lettertekens wordt niet geaccepteerd.

De titel heeft geen invloed op de beslissing. Een gedicht hoeft geen titel te hebben.

Stel wel de stemming van het gedicht en trefwoorden (maximaal vijf) in via de categorieën op het formulier. Lezers vinden gedichten via deze gegevens in de rubrieken voor stemming en onderwerp en via de zoekfunctie.

3. Onderwerpen die de bibliotheek niet opneemt

Ongeacht de kwaliteit van het gedicht:

  • Gelegenheidsgedichten: felicitaties voor verjaardagen, jubilea en andere gelegenheden, opdrachten die op zichzelf geen gedicht vormen.

  • Religie, spiritualiteit, esoterie, mystiek van welke traditie dan ook. Niet geaccepteerd wordt een gedicht dat bidt, looft, preekt of waarvan de betekenis afhangt van geloof: gebeden, hymnen, vrome verzen, gedichten gericht aan God, goden, engelen of heiligen, gedichten gebaseerd op heilige geschriften, karma, chakra's, astrologie of het occulte, en het hiernamaals in religieuze zin. Wel toegestaan: een religieus woord of beeld in een seculier gedicht, „O God” als uitroep, een schijngebed, een heilige plaats of een bekering als beeld in een droom of een rouwgedicht.

  • Partijpolitiek: gedichten die draaien om een land, partij, politicus, verkiezingen, nationalisme of patriottisme, en gedichten die oorlog verheerlijken.

  • Nationale of gemeenschappelijke identiteit als onderwerp: gedichten waarvan de betekenis berust op het behoren tot een volk, kaste, stam of diaspora.

  • Haat: gedichten die racisme, seksisme, homofobie, transfobie, koloniale neerbuigendheid of etnische stereotypen uitdragen. Gedichten die zich hiertegen keren, of die gaan over leven met deze zaken, worden wel geaccepteerd.

  • Expliciete seks: het beschrijven van een seksuele handeling. Sensueel en teder is prima.

  • Grafisch geweld: het gedetailleerd tonen van doding, marteling of verminkte lichamen.

  • Zelfdoding en zelfbeschadiging als uitweg. Niet geaccepteerd wordt een gedicht waarin:

    • de ik-persoon in duidelijke woorden zegt nu dood te willen of zichzelf te willen bezeren, en niets in het gedicht zich daarvan afwendt: een smeekbede om te sterven, een afscheidsbrief, de daad of het moment vlak ervoor, sterven als de juiste keuze, een verlichting of de uitweg, een oproep aan de lezer
    • de dood of zelfbeschadiging wordt voorgesteld als mooi, aantrekkelijk, een beloning of een geliefde
    • een methode in detail wordt beschreven (wat te gebruiken, hoeveel, hoe). Het enkel noemen ervan is prima.

    Wel toegestaan: donkere gedachten over de dood bij rouw, twijfel of wanhoop, willen slapen, rusten, verdwijnen of niets meer voelen wanneer de dood niet bij naam wordt genoemd, de dood als beeld, een verhaal of een personage dat niet de ik-figuur is, een gedicht dat zich ervan afwendt of ervoor waarschuwt, ook zonder hoopvol einde, en pijn, aandrang of littekens verteld vanuit overleving of herstel.

  • Alcohol en drugs verheerlijkt: drank of drugs voorgesteld als glamoureus, aantrekkelijk, een beloning of de oplossing. Wel toegestaan: een vermelding, een kater, verslaving, herstel, een trip nuchter beschreven, een waarschuwing. Een gedicht mag erover gaan zolang het deze middelen niet verheerlijkt.

  • Gedichten over poëzie: gedichten die draaien om het schrijven van gedichten of het dichter-zijn. Een gedicht over het bijhouden van een dagboek, of een portret van een dichter dat als zelfstandig gedicht werkt, valt hier niet onder.

Alle andere onderwerpen zijn welkom, waaronder queer liefde en identiteit, seksualiteit en gender, mentale gezondheid, woede, rouw en wanhoop zonder hoopvol einde, familieconflicten, lichaamsbeeld, sociale rechtvaardigheid, het klimaat en milieu, dierenrechten, het surrealistische, het absurde en dromen. Krachttermen en echte personen in een gedicht zijn op zichzelf geen reden om een gedicht af te wijzen.

4. Kwaliteit

Wanneer aan voorwaarden 1 tot en met 3 is voldaan, beoordeelt de redacteur het gedicht als poëzie. De bibliotheek vraagt om drie dingen: dat het poëzie is, dat de taal leeft voor lezers van nu en dat het gedicht iets eigens toevoegt aan de dichtkunst.

  • Poëzie, geen boodschap in regels. Een gedicht zegt meer dan het letterlijk meldt: via een beeld, een detail, een scène, een vergelijking, ritme of een onverwachte gedachtesprong. Daarom accepteren we in de regel geen rechttoe-rechtaan teksten die alleen verslag doen van wat de auteur voelt of wat er is gebeurd („Ik ben verdrietig”, „je ging weg en ik heb pijn”), ook niet als ze in regels zijn opgeknipt en rijmen. Een gevoel benoemen is prima als het gedicht daarnaast nog iets anders in zich draagt.
  • Levende taal. Bibliotheeklezers zijn mensen van nu. Hoogdravende, verouderde bewoordingen („O Maan!”, Liefde en Noodlot met een hoofdletter, weleer, aanschouw, welaan) klinken voor hen als een nabootsing van vroeger en houden het gedicht op afstand. Eén verheven woord voor contrast of ironie, of een doelbewust volgehouden hoge stijl, is prima.
  • Iets eigens. Een gedicht dat grotendeels rust op versleten uitdrukkingen en clichés (een gebroken hart, tranen als regen, een gekwelde ziel, hart en smart) herhaalt wat lezers al talloze keren hebben gelezen en voegt niets toe aan de poëzie. Gewone alledaagse woorden („Ik mis je”), een enkele vertrouwde uitdrukking of een cliché waarmee gespeeld wordt, zijn prima.

Als een afwijzing vergezeld gaat van toelichting, wijzen de opmerkingen op concrete regels en geven ze aan wat deze sterker zou kunnen maken.

Geen redenen voor afwijzing: vorm, lengte, rijm of het ontbreken daarvan, korte of afgebroken regels, beletseltekens, opsommingen, herhaling, een open einde, een moraliserend slot, spreektaal, kleine letters, ontbrekende interpunctie, ongebruikelijke zinsbouw, weggevallen witregels tussen strofen, een afgebroken regel of een verdwaald leesteken. Spel- en grammaticafouten merken we op, maar we wijzen een gedicht daar nooit alleen om af.

5. Beoordeling

  • Je kunt maximaal drie gedichten tegelijk ter beoordeling hebben openstaan. Zolang een gedicht wacht, kun je het intrekken.
  • Een geaccepteerd gedicht verschijnt in de bibliotheek en is openbaar. Je behoudt je rechten. Je kunt het op elk moment uit de bibliotheek halen.
  • Een afgewezen gedicht kun je opnieuw indienen zodra je de tekst, titel of het motto hebt aangepast. Je kunt een toelichting voor ons toevoegen. Als een gedicht niet opnieuw kan worden ingediend, staat dat op de pagina van het gedicht vermeld.
  • Bewerk je een gedicht dat in de bibliotheek staat, dan verlaat het de bibliotheek totdat het opnieuw is gecontroleerd. Uitzondering: stemming en trefwoorden kun je vrij aanpassen.

Wat er na acceptatie met een gedicht gebeurt: zie Voor auteurs.