In Nederland — Samenvatting

J. SlauerhoffEn colère

In Nederland wil ik niet leven, Men moet er steeds zijn lusten reven, Ter wille van de goede buren, Die gretig door elk gaatje gluren. 'k Ga liever leven in de steppen, Waar men geen last heeft van zijn naasten: Om 't krijschen van mijn lust zal zich geen reiger reppen, Geen vos zijn tred verhaasten.

In Nederland wil ik niet sterven, En in den natten grond bederven Waarop men nimmer heeft geleefd. Dan blijf ik liever hunkrend zwerven En kom terecht bij de nomaden. Mijn landgenooten smaden mij: ‘Hij is mislukt.’ Ja, dat ik hen niet meer kon schaden, Heeft mij in vrijheid nog te vaak bedrukt.

In Nederland wil ik niet leven, Men moet er altijd naar iets streven, Om 't welzijn van zijn medemenschen denken. In het geniep slechts mag men krenken, Maar niet een facie ranslen dat het knalt, Alleen omdat die trek mij niet bevalt. Iemand mishandlen zonder reden Getuigt van tuchtelooze zeden.

Afficher tout le poèmeReplier le poème

Learn Poems-app

Probeer de Learn Poems-app

Alles van de website-trainer en meer: nieuwe oefeningen, spraakopname en delen, herinneringen, snel opfrissen.

Slauerhoff geeft in ‘In Nederland’ een bits en ironisch afscheid aan zijn geboorteland. De spreker wil er niet leven, omdat je er voortdurend je verlangens moet beteugelen voor de buren die door elke kier loeren. Hij verlangt naar de steppe, waar niemand opkijkt van zijn lusten en waar geen vos zijn pas versnelt. Zelfs sterven in de natte Nederlandse grond wijst hij af; liever dwaalt hij rusteloos rond en eindigt hij bij nomaden. Dat landgenoten hem ‘mislukt’ noemen, klinkt wrang: zijn vrijheid voelt juist beklemd doordat hij hen niet meer kan schaden.

De toon is rebels, bitter en provocerend. De laatste strofe drijft de spot met burgerlijke moraal: men mag alleen stiekem krenken, maar niet iemands gezicht beuken omdat diens trek je niet bevalt. Zo ontstaat een sfeer van onbehagen, spot en heimwee naar een ruiger, ongekunsteld bestaan.

À lire aussi

Plus de J. Slauerhoff

Tous les poèmes
ContemplatifJ. Slauerhoff

Het einde

Vroeger toen ’k woonde diep in ’t land, Vrat mij onstilbaar wee; Zooals een gier de lever, want Ik wist: geen streek geeft mij bestand,
ContemplatifJ. Slauerhoff

Woninglooze

Alleen in mijn gedichten kan ik wonen, Nooit vond ik ergens anders onderdak; Voor de' eigen haard gevoelde ik nooit een zwak, Een tent werd door den stormwind meegenomen.
ContemplatifJ. Slauerhoff

De ontdekker

Den rustigen die mij tartten te vertrekken Heb ik om 't schip te krijgen woest beloofd Rijkdommen fabelachtig te ontdekken, Waarvoor ik ingestaan heb met mijn hoofd,