Slauerhoff geeft in ‘In Nederland’ een bits en ironisch afscheid aan zijn geboorteland. De spreker wil er niet leven, omdat je er voortdurend je verlangens moet beteugelen voor de buren die door elke kier loeren. Hij verlangt naar de steppe, waar niemand opkijkt van zijn lusten en waar geen vos zijn pas versnelt. Zelfs sterven in de natte Nederlandse grond wijst hij af; liever dwaalt hij rusteloos rond en eindigt hij bij nomaden. Dat landgenoten hem ‘mislukt’ noemen, klinkt wrang: zijn vrijheid voelt juist beklemd doordat hij hen niet meer kan schaden.
De toon is rebels, bitter en provocerend. De laatste strofe drijft de spot met burgerlijke moraal: men mag alleen stiekem krenken, maar niet iemands gezicht beuken omdat diens trek je niet bevalt. Zo ontstaat een sfeer van onbehagen, spot en heimwee naar een ruiger, ongekunsteld bestaan.