Most read ▸
Willem Kloos
Ik ween om bloemen in den knop gebroken
En vóór den uchtend van haar bloei vergaan,
Ik ween om liefde, die niet is ontloken,
En om mijn harte dat niet werd verstaan,
Gij kwaamt, en 'k wist - gij zijt weer heengegaan...
Ik heb het nauw gezien, geen woord gesproken:
Ik zat weer roerloos nà dien korten waan
In de eeuwge schaduw van mijn smart gedoken:
Zoo als een vogel in den stillen nacht
Op ééns ontwaakt, omdat de hemel gloeit,
En denkt, 't is dag, en heft het kopje en fluit,
Maar eer 't zijn vaakrige oogjes gansch ontsluit,
Is het weer donker, en slechts droevig vloeit
Door 't sluimerend geblaarte een zwakke klacht.
Witte wolken die daar zwerven.
Groene wei van 't waterland!
Blauwe hemel — vette verven,
Doet mij kwasten aan de hand!
Tuintje met jouw abrikozen,
Welig van de nattigheid!
Met jouw fruit, met jouw frambozen,
Geef mij van jouw sappigheid!
Bloemen, fleurig in de kleuren,
En jij linde en jasmijn!
Laat mijn liedje van jouw geuren
's Morgens vroeg niet dronken zijn!
Nuchtre wind! blaas 't aan mijn ooren,
Klaterende waterval!
Vogels zegt mij van te voren
Hoe ik 't liedje zetten zal!
Tulpebollen bolle tulpen tulpetuilen
rozetuilen
boererozen boerewangen boerelongen
boerelongen ballen wangen
wangen ballen bekkens
ballen bolle bekkens
bugel en basson - o hop!
wie heeft er de kleine bugel gezien
wie heeft er de grote bugel gezien
en wie Gaston met zijnen basson
Marie-Katelijne Marie-Katerien
want dit is geen pavane of geen sarabande meer
dat is geen gigue of geen allemande meer
en geen wals
dat is 'nen charleston
'nen boerecharleston