Most read ▸
Hendrik Marsman
De zon en de zee springen bliksemend open:
waaiers van vuur en zij;
langs blauwe bergen van den morgen
scheert de wind als een antilope
voorbij.
zwervende tusschen fonteinen van licht
en langs de stralende pleinen van 't water,
voer ik een blonde vrouw aan mijn zij,
die zorgeloos zingt langs het eeuwige water
een held're, verruk'lijk-meesleepende wijs:
‘het schip van den wind ligt gereed voor de reis,
de zon en de maan zijn sneeuwwitte rozen,
de morgen en nacht twee blauwe matrozen -
wij gaan terug naar 't Paradijs’.
Witte wolken die daar zwerven.
Groene wei van 't waterland!
Blauwe hemel — vette verven,
Doet mij kwasten aan de hand!
Tuintje met jouw abrikozen,
Welig van de nattigheid!
Met jouw fruit, met jouw frambozen,
Geef mij van jouw sappigheid!
Bloemen, fleurig in de kleuren,
En jij linde en jasmijn!
Laat mijn liedje van jouw geuren
's Morgens vroeg niet dronken zijn!
Nuchtre wind! blaas 't aan mijn ooren,
Klaterende waterval!
Vogels zegt mij van te voren
Hoe ik 't liedje zetten zal!
Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem
ploem ploem
dag stoel naast de tafel
dag brood op de tafel
dag visserke-vis met de pijp
en
dag visserke-vis met de pet
pet en pijp
van het visserke-vis
goeiendag
Daa-ag vis
dag lieve vis
dag klein visselijn mijn