Marsman schetst in ‘Paradise regained’ een uitbundig, mythisch landschap: zon en zee springen bliksemend open, de wind scheert als een antilope langs blauwe ochtendbergen. De spreker dwaalt er met een blonde vrouw aan zijn zij; zij zingt zorgeloos over een schip dat klaarligt om terug te varen naar het paradijs. Alles is licht, beweging en verlangen. De stemming is extatisch: de natuur lijkt zelf levend en vrolijk, en de terugkeer naar het paradijs voelt niet zwaar of plechtig, maar als een bevrijdende reis. Zon en maan worden sneeuwwitte rozen, morgen en nacht blauwe matrozen. Zo ontstaat een droomachtige wereld waarin mens, zee en lucht samenvallen. Het gedicht roept een intens geluksgevoel op: even is het paradijs geen verloren oord, maar iets waarnaar je zingend kunt terugkeren.
Paradise regained — Samenvatting
De zon en de zee springen bliksemend open: waaiers van vuur en zij; langs blauwe bergen van den morgen scheert de wind als een antilope voorbij.
zwervende tusschen fonteinen van licht en langs de stralende pleinen van 't water, voer ik een blonde vrouw aan mijn zij, die zorgeloos zingt langs het eeuwige water
een held're, verruk'lijk-meesleepende wijs:
‘het schip van den wind ligt gereed voor de reis, de zon en de maan zijn sneeuwwitte rozen, de morgen en nacht twee blauwe matrozen - wij gaan terug naar 't Paradijs’.