Afscheid
Daar komt de koopren bruiloft aan! Mijn Zomer! zoetelief! Mijn bloeme- en mijn hartedief, Wij moeten scheiden gaan! Van je heidel-didel-deidel-didel-dom!
Daar gaat de laatste bloemenkrans! De rest aan kant gezet — Laat los de laatste zomerpret! Den laatsten rondedans! Van je heidel-didel-deidel-didel-dom!
Doe aan jouw voet een gouden schoen En om jouw lijf de zon! Die geeft je een laatste baljapon — Ik geef je een laatsten zoen! Van je heidel-didel-deidel-didel-dom!
Dan zet ik op jouw krullig haar De laatste purpren plag! Den laatsten zotten zomerlach Verspelen we aan elkaar! Van je heidel-didel-deidel-didel-dom!
Een snoer van droppels om jouw hals. Mijn handen om jouw zij — Dan dansen we op de dorre hei De laatste schotsche wals! Van je heidel-didel-deidel-didel-dom!
Dan dansen we op een dolle wijs, Of op een kerkkoraal. En in den laatsten zonnestraal; — De vlucht uit 't paradijs! Van je heidel-didel-deidel-didel-dom!
En dan — en dan — hoor je mij niet — ? Ach! is 't dan toch gedaan! Ach kijk de lucht es donker staan — Het regent dat het giet! Van je heidel-didel-deidel-didel-dom!