Avond
De aarde geurde Als 'n bruidsboeket, De hemel beurde Een rozenbed.
De stilte bloeide, Alles werd stom — De dag—vermoeide Rustte alom.
Een arm mensch leunde In de schemering — — In zijn tranen kreunde Hij: — lieveling!
C.S. Adama van Scheltema
De aarde geurde Als 'n bruidsboeket, De hemel beurde Een rozenbed.
De stilte bloeide, Alles werd stom — De dag—vermoeide Rustte alom.
Een arm mensch leunde In de schemering — — In zijn tranen kreunde Hij: — lieveling!
Adama van Scheltema schetst een avond die zintuiglijk overweldigend begint: de aarde geurt als een bruidsboeket en de hemel lijkt een rozenbed te dragen. De stilte krijgt iets bloeiends, de vermoeide dag rust overal. Die zoete, bijna bruidsachtige sfeer wordt in de slotstrofe bruusk doorbroken.
Read the full summary