Avond — Samenvatting

De aarde geurde Als 'n bruidsboeket, De hemel beurde Een rozenbed.

De stilte bloeide, Alles werd stom — De dag—vermoeide Rustte alom.

Een arm mensch leunde In de schemering — — In zijn tranen kreunde Hij: — lieveling!

Show the whole poemHide the poem

Learn Poems-app

Probeer de Learn Poems-app

Alles van de website-trainer en meer: nieuwe oefeningen, spraakopname en delen, herinneringen, snel opfrissen.

Adama van Scheltema schetst een avond die zintuiglijk overweldigend begint: de aarde geurt als een bruidsboeket en de hemel lijkt een rozenbed te dragen. De stilte krijgt iets bloeiends, de vermoeide dag rust overal. Die zoete, bijna bruidsachtige sfeer wordt in de slotstrofe bruusk doorbroken. In de schemering leunt een arm mens — arm in de zin van zielig, eenzaam — en kreunt in zijn tranen het woord “lieveling”. De pracht van de avond staat daardoor scherp tegenover innerlijke pijn, rouw of verlangen. Het gedicht maakt voelbaar hoe iemand midden in een mooie, verstilde wereld volkomen alleen kan zijn met verdriet. De natuur troost niet; ze vormt juist een contrast met de menselijke stem die om een geliefde roept.

Read also

More by C.S. Adama van Scheltema

All poems
CheerfulC.S. Adama van Scheltema

Lente

De zon is verschenen! De aarde straalt — Zij heeft een verdwenen Geluk in mijn oogen gehaald.
InspiredC.S. Adama van Scheltema

Meiregen

Meiregen maakt dat ik grooter word — grooter word, Stroom aan mijn lijf, aan mijn hoofd! Dat 'k als een boom uit de bosschen groei en Niet als het gras aan den grond —
CheerfulC.S. Adama van Scheltema

's Dichters morgenlied

Witte wolken die daar zwerven. Groene wei van 't waterland! Blauwe hemel — vette verven, Doet mij kwasten aan de hand!