Zie je ik hou van je
Zie je ik hou van je, ik vin je zoo lief en zoo licht — je oogen zijn zoo vol licht, ik hou van je, ik hou van je.
En je neus en je mond en je haar en je oogen en je hals waar je kraagje zit en je oor met je haar er voor.
Zie je ik wou graag zijn jou, maar het kan niet zijn, het licht is om je, je bent nu toch wat je eenmaal bent.
O ja, ik hou van je, ik hou zoo vrees'lijk van je, ik wou het heelemaal zeggen — Maar ik kan het toch niet zeggen.