Boere-charleston — Analyse van het gedicht

Tulpebollen bolle tulpen tulpetuilen rozetuilen boererozen boerewangen boerelongen boerelongen ballen wangen wangen ballen bekkens ballen bolle bekkens bugel en basson - o hop! wie heeft er de kleine bugel gezien wie heeft er de grote bugel gezien en wie Gaston met zijnen basson Marie-Katelijne Marie-Katerien want dit is geen pavane of geen sarabande meer dat is geen gigue of geen allemande meer en geen wals dat is 'nen charleston 'nen boerecharleston van Gaston op zijnen basson En wie heeft er de kleine bugel gezien en wie heeft er de grote bugel gezien en wie Gaston met zijnen basson De kleine bugel zit in 'nen rozetuil bij Rozalie de grote bugel zit in de sjees bij Melanie Marie-Katelijne Marie-Katerien En Gaston die zit ‘In de Ton’ ik vraag u pardon Bolle wangen ballen bekkens bugel en basson

Toon het hele gedichtGedicht inklappen

Learn Poems-app

Probeer de Learn Poems-app

Alles van de website-trainer en meer: nieuwe oefeningen, spraakopname en delen, herinneringen, snel opfrissen.

In ‘Boere-charleston’ laat Paul van Ostaijen een Vlaams dorpsorkestje een Amerikaanse dans spelen. Al vanaf de eerste regel hoor je dat het hem niet om een beschrijving gaat: “Tulpebollen bolle tulpen tulpetuilen / rozetuilen”. De b’s, o’s en ui-klanken botsen zacht tegen elkaar; het is een klanktapijt, geen bloemenstilleven. Ook in “boererozen boerewangen boerelongen / boerelongen ballen wangen / wangen ballen bekkens” schuiven de woorden langs elkaar heen. “Wangen” worden “ballen”, “ballen” worden bijna “bekkens”. Zo koppelt de taal het boerenlichaam aan de fanfare: wie blaast, heeft volle wangen en longen, en de instrumenten heten bugel, basson, bekkens. De uitroep “o hop!” breekt de reeks af en voegt een sprong toe, alsof de muziek even opveert.

Na die opzwepende opening volgt een vraagrefrein: wie heeft de kleine bugel gezien, wie de grote, en wie Gaston met zijnen basson? Het is een raadselachtig aftellied. Dan komt de sleutelregel: “want dit is geen pavane of geen sarabande meer / dat is geen gigue of geen allemande meer / en geen wals / dat is ’nen charleston / ’nen boerecharleston / van Gaston op zijnen basson”. Oude Europese dansen worden opzijgeschoven; de nieuwe dans komt uit Amerika, maar wordt geen grootstedelijke jazz. Het is een charleston uit het dorp, gespeeld door Gaston op een basson, in het dialect (“’nen”, “zijnen”). Die ontmoeting van platteland en moderniteit is niet melancholiek, maar komisch en energiek. De woorden zelf dansen mee: de dubbele ontkenningen “geen... of geen” rollen als een boerenformulering, terwijl de dansnamen als vreemde, deftige gasten langskomen.

Ook de namen en plekken zijn dorps: Rozalie, Melanie, Marie-Katelijne en Gaston. De dubbele naam Marie-Katelijne Marie-Katerien schippert tussen twee uitspraken en werkt als een refrein; het is minder belangrijk wie precies wordt aangesproken dan dat de naam blijft rondzingen. De kleine bugel zit in een “rozetuil” bij Rozalie, de grote in de “sjees” bij Melanie. “Rozetuil” is een speelse samentrekking van roos en tuil, en het rijmt op Rozalie; de “sjees” is een ouderwets rijtuig dat het tafereel iets huiselijks geeft. Gaston zit “In de Ton”, een kroeg of letterlijk een ton, en de spreker zegt er netjes achteraan: “ik vraag u pardon”. Die zin past in een chanson of een dorpsconversatie; hij relativeert alles. De opsomming van meisjesnamen en verstopplekken schetst terloops een kleine gemeenschap waarin instrumenten, huizen, liefdes en cafés door elkaar lopen.

Het gedicht eindigt zoals het begon: “Bolle wangen ballen bekkens / bugel en basson”. Daarmee is de vorm cirkelvormig, als een deuntje dat steeds opnieuw kan beginnen. Er wordt geen verhaal opgelost; het raadsel lost op in klank. Juist daarin schuilt het belang: Van Ostaijen maakt van taal muziek en ritme, en laat de charleston hoorbaar worden zonder hem te beschrijven. De oude fanfare speelt geen treurmars over de verloren dorpscultuur, maar stampt vrolijk de moderne tijd binnen.

Lees ook

Meer van Paul van Ostaijen

Alle gedichten
VrolijkPaul van Ostaijen

Alpejagerslied

Een heer die de straat afdaalt een heer die de straat opklimt twee heren die dalen en klimmen dat is de ene heer daalt
VrolijkPaul van Ostaijen

Marc groet 's morgens de dingen

Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem ploem ploem dag stoel naast de tafel dag brood op de tafel