In deze herinnering zie je twee mensen samen schuilen onder natte bladeren bij een plas. Het is lente: een zwaluw scheert over het gras, een geurige wind blaast leven door de wilgen. Alles is licht en beweeglijk. Je hoort bijna het ruisen en voelt de koele geur. Dan valt de avond. De wind gaat liggen, de vogels verdwijnen, dauw trekt over de heuvels en in het westen gloeit de lucht. De meimaand zelf lijkt een avondlied te zingen. De twee mensen luisteren en zeggen niets.
De titel ‘Herdenking’ versterkt het gevoel dat de spreker een kostbaar moment bewaart. Eerst is er de levendige middag, daarna de verstilling van de schemering. Het zwijgen aan het slot is geen leegte, maar aandacht en verbondenheid. De sfeer is teder, dromerig en licht weemoedig, alsof het geluk van die avond vooral achteraf wordt gevoeld.