Om mijn oud woonhuis peppels staan — Samenvatting

OM mijn oud woonhuis peppels staan ‘mijn lief, mijn lief, o waar gebleven’ een smalle laan van natte blaren, het vallen komt.

Het regent, regent eender te hooren ‘mijn lief, mijn lief, o waar gebleven’ en altijd door en den treuren uit, de wind verstomt.

Het huis is hol en vol duisternis ‘mijn lief, mijn lief, o waar gebleven’ gefluister is boven op zolder, het dakgebint.

Er woont er een voorovergebogen ‘mijn lief, mijn lief, o waar gebleven’ met leege oogen en die zijn vrede en rust niet vindt.

Show the whole poemHide the poem

Learn Poems-app

Probeer de Learn Poems-app

Alles van de website-trainer en meer: nieuwe oefeningen, spraakopname en delen, herinneringen, snel opfrissen.

In deze strofen staat een ik-figuur bij zijn oude woonhuis, omringd door peppels. Telkens klinkt dezelfde klacht: “mijn lief, mijn lief, o waar gebleven.” Die herhaling maakt het gemis voelbaar. Het regent eentonig, natte bladeren vallen op een smalle laan en de wind valt stil. Het huis zelf is hol en donker; alleen op zolder klinkt gefluister. Daar zit iemand voorovergebogen, met lege ogen, die geen vrede of rust meer vindt.

Alles ademt rouw en eenzaamheid. De spreker lijkt gevangen in een verdriet dat niet overgaat: de natuur, het huis en de mens zijn even stil en leeg geworden. Het gedicht voelt daardoor niet als een uitbarsting van pijn, maar als een ingehouden, bijna ritmisch treuren. De herhaalde vraag aan de verdwenen geliefde geeft de lezer het gevoel dat er al heel lang gewacht wordt, zonder antwoord.

Read also

More by J.H. Leopold

All poems
SadJ.H. Leopold

In de bleeke wangen als violen

IN de bleeke wangen als violen de sombere oogen dof gezet, de rijpe mond met de bloedende lippen opeen genepen en dun geplet.