Marc begroet ’s morgens de dingen om zich heen alsof het vrienden zijn. Hij zegt dag tegen het ventje met de fiets op de vaas, tegen de stoel naast de tafel, tegen het brood op de tafel en tegen het visserke-vis met zijn pet en pijp. Door de herhalingen en het speelse ‘ploem ploem’ klinkt het als een kinderliedje: de klank doet bijna evenveel als de betekenis. Alles mag meedoen, van meubels tot een klein visfiguurtje. De laatste regels worden nog zachter: ‘Daa-ag vis / dag lieve vis / dag klein visselijn mijn.’ Zo verschuift het gedicht van opgewekt begroeten naar een liefkozend afscheid. Er zit geen plechtigheid in; juist de alledaagsheid ontroert. Het geheel voelt licht, muzikaal en intiem, alsof je even meekijkt met een ochtendritueel waarin gewone dingen heel even bijzonder worden.
Marc groet 's morgens de dingen — Samenvatting
Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem ploem ploem dag stoel naast de tafel dag brood op de tafel dag visserke-vis met de pijp en dag visserke-vis met de pet pet en pijp van het visserke-vis goeiendag
Daa-ag vis dag lieve vis dag klein visselijn mijn