Ik ween om bloemen in den knop gebroken — Samenvatting

Ik ween om bloemen in den knop gebroken En vóór den uchtend van haar bloei vergaan, Ik ween om liefde, die niet is ontloken, En om mijn harte dat niet werd verstaan,

Gij kwaamt, en 'k wist - gij zijt weer heengegaan... Ik heb het nauw gezien, geen woord gesproken: Ik zat weer roerloos nà dien korten waan In de eeuwge schaduw van mijn smart gedoken:

Zoo als een vogel in den stillen nacht Op ééns ontwaakt, omdat de hemel gloeit, En denkt, 't is dag, en heft het kopje en fluit,

Maar eer 't zijn vaakrige oogjes gansch ontsluit, Is het weer donker, en slechts droevig vloeit Door 't sluimerend geblaarte een zwakke klacht.

Show the whole poemHide the poem

Learn Poems-app

Probeer de Learn Poems-app

Alles van de website-trainer en meer: nieuwe oefeningen, spraakopname en delen, herinneringen, snel opfrissen.

De ik-figuur weent om wat al verloren ging voordat het kon bloeien: bloemen die in de knop breken, een liefde die nooit opengaat, een hart dat niet wordt begrepen. Iemand is even gekomen, en meteen weer verdwenen. De ik heeft het nauwelijks gezien, kon geen woord uitbrengen en blijft roerloos achter in de schaduw van zijn verdriet.

Die stemming van ingehouden rouw wordt sterk in het slotbeeld: een vogel ontwaakt in de nacht omdat de hemel gloeit, denkt dat de dag aanbreekt en heft zijn kopje om te fluiten. Voor hij goed wakker is, is het alweer donker en klinkt er alleen nog een zwakke klacht door het gebladerte. Zo wordt de hoop hier getoond als een korte waan: even lijkt er licht, maar het dooft meteen, en wat overblijft is stille eenzaamheid.

Read also