Gij staat zoo heel, heel stil — Samenvatting

Gij staat zoo heel, heel stil met uwe handen, ik wil u zeggen een zoo lief wat, maar 'k weet niet wat.

Uw schoudertjes zijn zoo mooi, om u is lichtgedooi, warm, warm, warm — stil omhangen van warmte, ik doe verlangen.

Uw oogen zijn zoo blauw als klaar water — ik wou dat ik eens even u kon zijn, maar 't kan niet, ik blijf van mijn.

En ik weet niet wat 't is wat ik u zeggen wil — 't was toch wat.

Show the whole poemHide the poem

Learn Poems-app

Probeer de Learn Poems-app

Alles van de website-trainer en meer: nieuwe oefeningen, spraakopname en delen, herinneringen, snel opfrissen.

De ik-figuur richt zich tot iemand die heel stil tegenover hem staat. Hij wil iets liefs zeggen, maar weet niet goed wat. Terwijl hij kijkt naar de handen, schouders en ogen van de ander, voelt hij vooral warmte en verlangen. De schouders zijn mooi, om de ander hangt een zacht, warm licht, en de blauwe ogen doen denken aan helder water. Even zou hij willen opgaan in de ander, maar hij beseft dat dat niet kan: hij blijft zichzelf. Daardoor blijft er ondanks de nabijheid een lichte afstand. De sfeer is intiem en bijna roerloos, vol tederheid en ingehouden spanning. De slotregels maken die onmacht voelbaar: er was iets dat hij wilde zeggen, maar het is alweer weg. Zo bestaan nabijheid en afstand hier in één roerloos moment naast elkaar.

Read also

More by Herman Gorter

All poems
CheerfulHerman Gorter

De boomen golven op de heuvelen

De boomen golven op de heuvelen boomhoofden stil in de nevelen lentelichte zacht lentelicht. De toren met zijn gezicht
RomanticHerman Gorter

Zie je ik hou van je

Zie je ik hou van je, ik vin je zoo lief en zoo licht — je oogen zijn zoo vol licht, ik hou van je, ik hou van je.